Opmerkelijk nieuws

In het kader van de Week van het Huisdier heeft de 'Stichting Met dieren meer mens' in 2007 een onderzoek laten uitvoeren naar de communicatie tussen baasjes en hun huisdieren. In dit onderzoek werd vastgesteld dat ruim 90% van huisdiereigenaren met hun dieren praat. Van de gespreksvoerende geïnterviewden denkt 77% dat het dier ook daadwerkelijk begrijpt wat er wordt verteld of bedoeld.

Van de ondervraagden heeft bovendien 38% ook daadwerkelijk gesprekken met hond, kat of andere huisdieren. Als er "gesprekken" worden gevoerd met het dier gaat dit bij de hond in meer dan 60% van de gevallen over alledaagse dingen, bijvoorbeeld over het weer en wat er die dag te gebeuren staat. Bij pratende kattenbezitters gaat het in 70% van de gevallen vooral over het dier zelf.

Vrouwen praten significant vaker tegen huisdieren dan mannen. Zij blijken ook vaker gesprekken te voeren met huisdieren in tegenstelling tot mannen, die doorgaans alleen opmerkingen maken tegen het dier. Uit het onderzoek is verder gebleken dat honden- en kattenbezitters meer tegen hun huisdier praten dan eigenaren van andere soorten dieren. Opmerkelijk was ook dat de helft van de mensen die gesprekken voeren met hun huisdier deze onderwerpen nooit met andere mensen bespreekt.

(Bron: Stichting met dieren meer mens en DierenNieuws)


In het kader van de Week van het Huisdier heeft de 'Stichting Met dieren meer mens' in 2008 onderzoek laten uitvoeren. Dit onderzoek richtte zich voornamelijk op de redenen dat huisdiereigenaren wel of niet hun huisdieren meenemen op vakantie.

De resultaten geven aan dat 29% van de huisdierbezitters hun huisdier in de zomer meeneemt op vakantie. In de winter ligt dit percentage lager, namelijk 22%. De redenen waarom huisdiereigenaren hun huisdier meenemen op vakantie, lopen ver uiteen. Zo laat 44% van de huisdiereigenaren weten hun huisdier mee te nemen als uitje, 23% neemt hun huisdier mee omdat deze bij het gezin hoort en 18% zegt hun huisdier niet te willen achterlaten bij andere verzorgers. Andere redenen waren het niet kunnen vinden van geschikte opvang en het huisdier niet kunnen missen. Uit het onderzoek is tevens gebleken dat honden het vaakst worden meegenomen op vakantie, namelijk 41% van alle hondenbezitters. Slechts 4% van de kattenbezitters, 5% van de konijnenbezitters en 19% van de knaagdierbezitters nemen hun huisdier mee op vakantie. Wanneer huisdieren worden meegenomen op vakantie, geeft 91% van de huisdierbezitters aan, het liefste lekker met het huisdier te wandelen. Uiteraard geldt dit voornamelijk voor de hondenbezitters. Ook is er bij dit onderzoek van de Stichting Met dieren meer mens gekeken naar de voorzorgsmaatregelen die huisdierbezitters nemen wanneer zij hun huisdier meenemen op vakantie/reis. Zo zegt 97% van de huisdiereigenaren ervoor te zorgen dat het huisdier tijdig wordt ingeënt, 80% behandelt het huisdier tegen parasieten zoals vlooien en teken en 82% zorgt tijdens de reis voor extra drinkwater en het vaker uitlaten van het huisdier. Het verplichte EU-paspoort wordt door 76% van de ondervraagden aangeschaft.

De voornaamste redenen dat huisdieren thuis worden gelaten is dat er een te lange (vliegtuig)reis moet worden afgelegd of dat het huisdier niet geschikt is om mee te nemen op vakantie, zoals katten, konijnen en vogels. Daarnaast vinden veel huisdierbezitters het onhandig of is het land/klimaat niet geschikt voor huisdieren.

De meeste huisdieren, namelijk 92%, worden in deze gevallen verzorgd door buren, kennissen of familie. In overige gevallen gaat het huisdier naar een oppasdienst of dierenpension.

Er is een verband gevonden tussen het vakantieverblijf, waar huisdiereigenaren en hun huisdieren verblijven en het wel of niet meenemen van huisdieren op vakantie. Het is opgevallen dat huisdieren vaker worden meegenomen naar vakantiehuizen en campings dan naar hotels. Dit is waarschijnlijk te verklaren door het feit dat hotels minder gemakkelijk huisdieren toelaten.

(Bron: Stichting met dieren meer mens)


hond

Meer dan de helft van de huishonden in Nederland krijgt op een doordeweekse dag te weinig beweging. Uit een onderzoek van de Hondenbescherming blijkt dat ruim zestig procent van de hondenbezitters op een doordeweekse dag minder dan een uur wandelt met zijn hond. Bijna één op de vijf hondenbezitters wandelt zelfs minder dan een half uur. Deze uitkomst lijkt te bevestigen dat de meeste honden in Nederland te weinig activiteit aangeboden krijgen door hun baasjes, terwijl het bewegen juist een belangrijke voorwaarde is voor hun welzijn.

Beweging is belangrijk voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid van een hond. Te weinig beweging kan niet alleen leiden tot gezondheidsproblemen als obesitas, maar het kan ook leiden tot verveling. Verveling bij honden kan tot ongewenst gedragleiden. Honden kunnen bijvoorbeeld uit verveling voor blafoverlast zorgen of zaken in huis gaan slopen. Voldoende lichamelijke en geestelijke beweging kan ongewenst gedrag bij honden voorkomen. Bij die laatste vorm van beweging kan ook gedacht worden aan het op cursus gaan met de hond, zodat hij zijn hersens op een positieve manier moet inzetten, aan het doen van speurspelletjes of aan het aanbieden van veilig puzzelmateriaal voor honden dat de laatste jaren in populariteit toeneemt.

De Hondenbescherming adviseert hondenbezitters om dagelijks een half uurtje langer met de hond op pad te gaan en de hond tijdens de wandeling goed bezig te houden door oefeningen en spelletjes met hem te doen.

(Bron: De Telegraaf)